
Het juiste temperatuurniveau bereiken voor biosensoren
Het maken van biosensoren vereist een zekere balans. Je hebt te maken met zeer precieze temperatuurvereisten: te hoge temperaturen kunnen de chemische reacties verstoren, terwijl te lage temperaturen ervoor zorgen dat er niets aan het substraat hecht. Lang geleden gebruikten mensen nog grote, onhandige conventionele ovens. Maar voor een moderne, gedigitaliseerde productieomgeving zijn deze ovens niet voldoende.
Hiertoe komt infraroodlicht in beeld. In plaats van de hele ruimte op te warmen, kan infraroodlicht de energie precies waar nodig worden geplaatst. Het gaat erg snel – echt razendsnel. Dit is de enige manier om snel te kunnen opwarmen en afkoelen, zodat de productielijn soepel kan blijven draaien zonder verstoppingen.
Hitte omzetten in data
We zien deze infraroodsystemen niet alleen als ‘verwarmers’. Dat is te simpel. Door sensoren rechtstreeks in het verwarmingssysteem te plaatsen, wordt het hele proces omgezet in data. Je PLC kan de warmtestroom in realtime monitoren en de vermogenssterkte aanpassen wanneer dat nodig is. Als je dit wilt doen, kies dan voor kortegolffrequent infraroodlicht. Dit type licht dringt dieper in het substraat door en werkt sneller dan langegolffrequent licht. Bovendien maakt het het mogelijk om de afmetingen van de curing-station te verminderen, waardoor er meer ruimte beschikbaar is.
De compromissen (want niets is gratis)
Hogevermogenlampen zorgen wel voor de benodigde snelheid, maar ze verbruiken veel energie. Als je de vermogenssterkte verhoogt om een paar seconden te besparen, moet je er zeker van zijn dat de koelsystemen dit aankunnen. Als de behuizing van de lamp te heet wordt, gaan de kalibraties van de sensoren scheeflopen. Dan worden je gegevens onbruikbaar. Het is belangrijk om het juiste evenwicht tussen vermogen en luchtcirculatie te vinden, zodat er geen thermische problemen ontstaan.
Slimmer onderhoud
Als je deze systemen connecteert aan een digitaal systeem, kun je precies zien hoe elke lamp presteert. In plaats van de lampen om de drie maanden te vervangen, kun je gewoon de stroomverbruikken in de gaten houden. Op deze manier kun je zien wanneer een lamp begint te verslechteren, nog voordat deze kapotgaat. Hierdoor wordt onderhoud minder een gokspel en wordt het veel voorspelbaarder. Je vervangt de lamp pas wanneer deze echt versleten is, waardoor er minder stilstand optreedt en de kwaliteit van de producten verbetert.